woensdag 18 september 2013

'Wijs op woensdag': Wedden?


Om de week is Pennie Wijs te gast op Spaarcentje in de serie 'Wijs op Woensdag'

Wedden?
Wij werden vroeger opgevoed met het idee dat wedden niet netjes was. En wedden om geld al helemaal niet. Dat werd je als kind ten strengste verboden. Dat dééd je gewoon niet. Mijn ervaring met het sluiten van weddenschappen was dan ook nihil toen ik naar de middelbare school ging.

Op een zonnige middag zaten we daar genoeglijk te soezebollen tijdens een les maatschappijleer. De leraar bromde voor het bord een monoloog over het belang van cultuur en dat we er allemaal mee in aanraking moesten komen. Dat er elementaire cultuurdingen waren die iedereen gewoon standaard moest weten. Zoals bijvoorbeeld het feit dat Beethovens negende symfonie onvoltooid was gebleven. Ter illustratie floot hij een deuntje.

- ‘Wat een domkop is het toch’, fluisterde ik tegen mijn vriendin die naast me in de bank hing. ‘Dit is van Schubert. En Beethoven heeft die negende al lang voltooid hoor.’
- ‘Wat zeg jij daar, Pennie?’ vroeg de maatschappijman geïnteresseerd.
- ‘Niks’, deed ik nukkig.
Maar mijn vriendin had wel zin in een verzetje.
- ‘Pennie zegt dat wat u floot van Schubert is. En die van Beethoven is gewoon af.’
- ‘Dat heeft Pennie dan mis’, glimlachte onze docent minzaam.
- ‘Ik weet het zeker’, geeuwde ik achter mijn hand.
- ‘Wát zegt ze?’ Hij klonk nu een beetje geïrriteerd. De klas ontwaakte, de belangstelling was gewekt.’
- ‘Ze weet het zeker’, tolkte mijn vriendin.
- ‘’t is Beethoven’, zei hij gedecideerd en hij floot zijn deuntje nog eens.
Berustend haalde ik mijn schouders op. En toen gebeurde het.

- ‘Wédden?’, vroeg hij uitdagend. Op dat toontje dat bij ons thuis verboden was. Net wilde ik gaan zeggen dat mijn moeder dat niet netjes vond, toen een jongen uit de raamrij zich ermee bemoeide.
- ‘Ja, wedden! En voor hoeveel dan?’
- ‘Vijfentwintig gulden’. Hij hoefde er geen tel over na te denken.
- ‘Nee’, zei de jongen. ‘Dat is voor Pennie misschien wel het geld voor een hele maand. En voor u is dat niks. Het moet zijn uw maandsalaris tegen haar zakgeld.’
- ‘Ja, da’s waar, dan is het pas eerlijk’,  vond mijn vriendin,  ‘hoeveel verdient u eigenlijk?’

Toen begon de hele klas door elkaar te roepen wat schappelijke bedragen zouden zijn voor een weddenschap, wat veel en wat weinig zakgeld was en er werden inschattingen gedaan over de hoogte van docentensalarissen in het algemeen en die van de maatschappijleraar in het bijzonder. Het eind van het liedje was echter dat hij gewoon voor vijfentwintig gulden wilde wedden en niet anders. En om me schappelijk te behandelen, wilde hij dan nog eens nadrukkelijk waarschuwen dat hij honderd procent zeker was van zijn zaak.

Om misverstanden te voorkomen vroeg ik of hij het melodietje nog een paar keer wilde fluiten, zodat iedereen het goed in zijn oren kon knopen. Dat deed hij maar al te graag; op het laatst neuriede iedereen gezellig mee. Dat had onze muziekleraar nog nooit voor elkaar gekregen! Goed dan. We bekrachtigden onze weddenschap met een handdruk.

Tijdens de geschiedenisles erna zat ik net te piekeren hoe ik mijn gelijk moest gaan bewijzen – cassettebandje meenemen? – toen de deur zonder kloppen werd opengegooid en de maatschappijleraar met een rode kop naar binnen stormde. Met zijn ene hand maakte hij een sorry-gebaar naar de verbaasde geschiedenisleraar, met de andere wurmde hij zijn portemonnee uit zijn binnenzak. Hij liep dwars door de klas, stopte voor mijn bank, en haalde met veel geritsel een bankbiljet van vijfentwintig gulden tevoorschijn.
- ‘Ik weet het al. Ik heb me vergist! Jij had gelijk. Alsjeblieft.’ En weg was hij weer.

De geschiedenisleraar wilde nu wel graag eventjes weten wat dit allemaal te betekenen had. Een wéddenschap? Tussen een leraar en een leerling? Onder schóóltijd? Om géld? Wat kregen we nou? De jongen uit de raamrij suste de boel en legde uit dat het slechts om een cultuurdingetje ging dat iedereen gewoon wel wist. De klas zong het deuntje.
- ‘Schubert’, zei de leraar, ‘de achtste.’
- ‘Dat zei ik dus’, mompelde ik.
- ‘Wat zeg je Pennie?’
- ‘Ze zegt niks’, zei mijn vriendin.

Heb je ook wel eens gewed om geld?
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...