dinsdag 5 maart 2013

Ontslagen. En nu?

Het kan altijd, zeker in deze tijd. Toch zien veel mensen een ontslag niet aankomen. Onlangs nog hoorde ik het verhaal van mijn oude baas die ontslagen werd net nadat hij een ander huis had gekocht, terwijl zijn oude huis nog niet was verkocht. Voor deze man kwam zijn ontslag als een verrassing. Toch waren er al signalen die hij blijkbaar niet zag. Bijvoorbeeld dat hij op een dag te horen kreeg dat hij voortaan niet meer directeur was, maar manager. Of dat om hem heen andere mensen er ook continue uit vlogen.

En zo zijn er meer mensen die een ontslag niet zien aankomen en totaal niet voorbereid zijn. Wat nu als jij gewend bent laarzen te kopen van € 200,- omdat je daar zin in hebt en sparen een vies woord is? Je verdient zo veel, dat een eventuele roodstand zo weer is opgelost. Tot nu toe dan. Een buffer heb je niet, wel een creditcard. Voor inmiddels doorgewinterde consuminderaars is dit misschien moeilijk voor te stellen, maar dit komt echt voor. Ik heb het afgelopen jaar meerdere malen in mijn omgeving meegemaakt dat mensen met een heel goed salaris werden ontslagen, zonder iets van een reserve te hebben en een bestedingspatroon dat geen rekening houdt met pech.

Het kan gebeuren dat ook jij volledig door je ontslag overvallen wordt. Wat doe je dan? Natuurlijk ga je meteen op zoek naar ander werk, maar ondertussen moet je zien rond te komen met 70 % van je oude inkomen. In sommige gevallen zelfs minder omdat een WW-uitkering uitgaat van een maximumdagloon, dat is momenteel € 194,85 bruto per dag. Je uitkering kan dus nooit hoger zijn dan 70 % van dit maximum dagloon.

10 tips voor mensen die ontslagen zijn, geen buffer hebben en geen flauw idee hebben waar te beginnen.

1) Maak een overzicht van je nieuwe situatie
En dan heb ik het over een gewone optelsom van wat er binnenkomt en uitgaat. Inkomsten zijn dan je uitkering, de kinderbijslag, eventuele renteaftrek of huursubsidie, alimentatie, zorgtoeslag, etc. Uitgaven verdeel je onder in vaste lasten, reserveringsuitgaven en variabele uitgaven. Vaste lasten is alles wat regelmatig terugkomt en waar je niet onder uit komt. Denk aan huur of hypotheek, gas/water/licht, gemeentebelastingen maar ook verzekeringen.
Reserveringsuitgaven zijn uitgaven voor kleding en persoonlijke verzorging, vakantie, onderhoud van je huis en/of auto maar ook periodieke uitgaven. Dit zijn uitgaven die niet maandelijks terugkomen maar bijvoorbeeld per kwartaal of eens per jaar.
Tot slot heb je de huishoudelijke uitgaven. Al die uitgaven die je in en om het dagelijkse leven maakt om je te voeden, te wassen, jezelf te verzorgen. Maar ook zakgeld of de werkster kunnen hier onder vallen.

Wat is het tekort waarmee je geconfronteerd wordt?  Niet, stop met lezen, je hebt dit artikel helemaal niet nodig. Zo ja, ga naar punt 2.

2) Leg je nieuwe overzicht naast je oude uitgavenpatroon
Misschien werkte je al met een begroting. De kans is groot dat je dan geen hulp nodig hebt. Deed je dit niet, pak dan de afschriften van het afgelopen jaar erbij. Je hebt al een overzicht gemaakt van al je lasten, dus daar hoef je nu niets mee te doen. Noteer nu eens de rest. De rest is alles wat valt onder overig/onvoorzien/impulsuitgaven. Dus al die geldopnames waarvan je niet goed weet waarom je ze deed, alle boeken/laarzen/tassen die je in een impuls kocht, gewoon opschrijven. En ook al je etentjes, uitjes en al die andere uitgaven waarvan je nu al niet meer weet welk nut ze hadden.

3) Noteer de aandachtspunten
Je weet als het goed is nu meteen wat je pijnpunten zijn. Het kan heel goed zijn dat besparen voor jou betekent dat je alleen maar moet stoppen met impulsuitgaven. Misschien kom jij namelijk op papier prima uit en moet je jezelf leren om niet meer ondoordacht of impulsief geld uit te geven. Dit zal voor heel veel mensen gelden, maar misschien is het voor jou niet zo eenvoudig en moet je echt gaan schrappen.

Je hebt al opgeschreven wat opviel. Maar misschien heb je geen flauw idee of jij veel te veel uitgeeft aan een bepaalde post. Vul dan eens het persoonlijk budgetadvies van het Nibud in. Hier zie je wat bij jouw inkomen minimale en maximale bedragen zijn die je uit kunt geven. Geef jij bijvoorbeeld normaal € 200 per maand uit aan kleding, dan zie je misschien nu dat bij jouw nieuwe inkomen een heel ander kledingbudget past.

4) Maak keuzes
Als je van de ene op de andere dag minder inkomen hebt, kies dan voor besparingen die meteen effect hebben. Natuurlijk kun je op zoek gaan naar een andere energieaanbieder, nog maar 2 minuten per dag onder de douche staan of al je verzekeringen naar goedkopere varianten omzetten. Toch hebben dit soort besparingen vaak pas effect op de langere termijn. Richt je daarom voor nu vooral op de reserveringsuitgaven en de huishoudelijke uitgaven.

Pak je eerder gemaakte overzicht er weer bij. Afhankelijk van de nood, ga je die uitgaven markeren waar je eventueel op kunt besparen. Bijvoorbeeld: vakantie, uitjes, abonnementen, kleding, roken, boodschappen, boeken/CD's, verjaardagen, voeding, hobby, sport, de werkster

Nu kun je kiezen uit 3 dingen:
  • over de gehele linie ga je iets zuiniger aan doen. Dus je maakt haalbare budgetten voor al deze uitgaven en je houdt je daar aan. 
  • je maakt een prioriteitenlijst. Zo zet je op nummer 1 waar je absoluut niet op wilt besparen en onderaan wat je minder belangrijk vindt. Je gaat bijvoorbeeld besparen op de nummers 6 tot en met 11. En besparen is echt besparen in de zin van niet meer doen. Dus je zegt de werkster op, stopt met roken en in plaats van je dure sportschoolabonnement ga je elke dag een uur wandelen...maar als juist die dingen bij jou op 1 staan, dan stop je met iets anders....
  • je doet de auto weg. Voor veel mensen zal gelden dat het tekort in de begroting in één klap hiermee is opgelost. Natuurlijk is dit afhankelijk van je situatie, maar toch.
5) Maak met de gemaakte keuzes een nieuwe begroting.
Puzzel en reken tot je uitkomt. Zorg er wel voor dat er ruimte is om te sparen voor onvoorziene gebeurtenissen. En dan heb ik het niet over een onverwachte vakantie, maar over een wasmachine die kapot gaat. Ideaal is als je 10 % van je inkomen opzij kunt zetten om te sparen.

6) Houd vanaf nu je uitgaven bij
Nu je begroting op papier klopt, ga je alle uitgaven bijhouden in dezelfde categorieën als van je begroting. Aan het eind van de maand kijk je of je vooraf gemaakte begroting erg afwijkt van wat je uitgaf. Je ziet nu meteen wat je aandachtspunten zijn. Dat hoeft niet te betekenen dat je te veel over de schreef bent gegaan. Het kan ook zijn dat je begroting niet voldoende realistisch is. Misschien is je boodschappenbudget wel te laag. Dan zal je dat moeten verhogen en ergens anders op moeten bezuinigen.

7) Wees eerlijk en duidelijk over je situatie
Zorg er voor dat iedereen in je omgeving weet van je veranderde situatie. Wees duidelijk en vertel dat je niet meer altijd mee uit eten kunt gaan en dat je ook niet meer € 100,- aan een vrijgezellenavond van een kennis kunt besteden. Stel in plaats daarvan andere uitjes voor. Niet alles hoeft geld te kosten. Met een vriendin een lekkere wandeling maken is ook fijn. Krijg je vervelende opmerkingen of ontmoet je veel onbegrip? Jammer voor die ander, het probleem ligt niet bij jou! Een vriendschap die alleen maar leuk is als er dingen worden gedaan die geld kosten, heeft niet jouw eerste prioriteit nu.


8) Leer anders te denken en sta open voor nieuwe dingen
Je leven houdt niet op met minder inkomen, het is alleen anders. Het zal je verbazen hoeveel er nog kan, als je creatief bent. Ook met minder inkomen, kun je mooie kleding kopen. Doe aan ruilmiddagen, loop bij de kringloop naar binnen of zoek op marktplaats. Denk na voor je iets vervangt en leer te vragen. Misschien was je gewend iets meteen te vervangen als het kapot ging. Probeer hier anders mee om te gaan. Kun je het maken? Zo niet jij, iemand anders dan? Heb je het eigenlijk wel nodig? En moet dat altijd nieuw zijn? Misschien ligt het wel bij je buren op zolder. Als jij mensen regelmatig spullen aanbiedt die jezelf niet meer gebruikt of nodig hebt, gaan anderen dat ook bij jou doen.

9) Ga voor lange termijn acties
Dit zijn de meer tijdrovende uitzoekklussen, maar hiermee ga je veel geld besparen! Nu je de meest in het oog springende problemen hebt opgelost, is het tijd voor langere termijn acties. Dit is natuurlijk afhankelijk van je situatie. Misschien heb je al weer een andere baan gevonden, dat kan.  Maar misschien is je salaris minder dan voorheen en ben je blij dat je überhaupt een baan hebt. Of besef je dat je op jouw leeftijd misschien geen baan meer vindt.
  • Duik in je verzekeringen, je energieverbruik, je pensioen, je hypotheek, je woekerpolis.
  • Zoek uit welke langer lopende financiële verplichtingen je hebt en noteer per welke datum je deze kunt opzeggen. Ga uitzoeken wat het eerst vervalt en zoek daar een goedkopere optie voor (of misschien zeg je het wel op).
  • Neem geen enkele uitgave nog voor lief. Veel uitgaven zijn gebaseerd op gewoonten. Als jij gewend was om een paar keer per jaar op vakantie te gaan, dan heb je waarschijnlijk een doorlopende reisverzekering. Maar misschien kun jij in de nieuwe situatie 'maar' een keer per jaar op vakantie of helemaal niet. Schrappen dan, die doorlopende reisverzekering! 
     

10) Houd je zelf gemotiveerd
Verandering kost tijd. Besparen gaat met vallen en opstaan. Zorg dat je jezelf beloont als het goed gaat, gun jezelf af en toe iets kleins, zo houd je de moed erin. Geef jezelf zakgeld, al is het maar een klein bedrag per week en beloon jezelf af en toe met iets waar je blij van wordt, een boek, ergens wat drinken, een bos bloemen...Zoek mensen op die in hetzelfde schuitje zitten, lees consuminderblogs en bespaarboeken. Probeer het als een spel te zien waarbij veel valt te winnen.

Hopelijk kom ook jij erachter dat leven met een kleiner budget dan voorheen heel goed mogelijk blijkt te zijn. Voor veel mensen blijkt het verrassend positief uit te pakken om bewuster geld uit te geven aan die zaken die ze belangrijk vinden. De dingen die moeten worden opgegeven, worden vaak niet eens gemist omdat ze toch al onderaan de prioriteitenlijst stonden.

Aanvulling met praktische tips nav binnengekomen reacties:
  • een uitkering bedraagt 2 maanden 75 % van het laatst verdiende loon en daarna 70 %. Maar let op er geldt een grens van een maximaal dagloon van € 195. Verdien je meer dan dat, dan ontvang je maximaal 70% van € 195, bij een werkweek van 40 uur is dat iets meer dan € 2700 bruto per 4 weken (uwv keert ww per 4 weken uit). Je ontvangt dus 13 keer per jaar een salaris. Bij de berekening van wat je overhoudt moet je ook rekening houden met vakantiegeld dat van de bruto uitkering wordt afgetrokken (-8%).
  • Verdiende je minder dan het maximum dagloon, ga dan uit van 70% van je laatst verdiende salaris.
  • Let ook op de Belastingaangifte. Wie werkt krijgt arbeidskorting. Wie WW ontvangt niet. In het jaar na je ontslag kan dit voor een vervelende naheffing van de Belastingdienst zorgen. Geef dus zodra je weet wat je uitkering wordt, door aan de Belastingdienst wat je nieuwe inkomen is, zodat je voorlopige teruggave direct wordt aangepast. Hier vind je meer informatie.
  • De lengte van een WW uitkering varieert van 3 maanden tot 38 maanden en is afhankelijk van je arbeidsverleden. Je moet dan wel in de 36 weken voordat je werkloos werd minimaal 26 weken aaneengesloten hebben gewerkt.
  • Als ondernemer kom je niet in aanmerking voor een WW uitkering, tenzij je je daar vrijwillig voor hebt verzekerd, zie hier voor meer informatie. Tegenwoordig zijn er initiatieven van ondernemers om elkaar te steunen bij arbeidsongeschiktheid in de vorm van broodfondsen




Heb jij nog aanvullende tips voor mensen zonder buffer, die ineens hun baan kwijt zijn en zuiniger moeten gaan leven?
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...