vrijdag 28 oktober 2011

Als een kop zonder kip, euh kip zonder kop

Het is zo'n dag dat de voorkant van mij niet weet waar de achterkant is gebleven. Dat komt: ik voel me al 2 weken goed. Nu is goed misschien een groot woord, dus 'goed' in de zin van 'beter dan beroerd'. Ik heb iets meer energie en de te verwachten terugslag na de vakantie in Frankrijk bleef uit. Tot mijn verbazing. En dan wordt het gevaarlijk. Want dan ga ik uitproberen: 'wat als ik....'en 'wat als ik nu eens.....'

Dus had ik deze week 2 keer bezoek, mestte ik de kamer van Zoon uit en daarna mijn schrijfkamertje. Meldde ik me aan voor een thuiscursus Voedingstherapie (na 2 jaar dubben) en werkte ik de vakantiewas weg (deels hoor, er werd ook een groot deel door Oma gewassen). De te verwachten terugslag bleef nog steeds uit. Normaal doe ik één groot ding per dag. Dat is Zoon van school halen of een brood bakken of iets in huis schoonmaken maar nu deed ik meerdere dingen zonder ineens in elkaar te zakken.

En dan word ik hyper. Hyper van alle mogelijkheden. Van de dingen die ik wil gaan doen. Van het genieten zonder die vervelende man met de hamer. Ik ga lijstjes maken. Wat wil ik allemaal gaan doen? Ik draaf door en weet mezelf niet meer af te remmen. Vergelijk het met enorme aandrang en je moet het toch ophouden. Of stoppen met sexen net als het enorm fijn wordt. Dat is bijna niet te doen. Zo is het ook als je dagelijks  bijna niets kan doen en ineens veel meer. Hou dan de rem er maar eens op.

Ergens deze week ben ik het contact met mezelf verloren. Ik merkte het gisteren al toen ik tegen vriendin I. zat te ratelen, veel te druk en veel te snel. Ik merkte het ook aan kleine dingen vandaag. Ik ging als een kip zonder kop te keer. Gooi alle woorden door elkaar en er komen de meest vreemde woorden uit mijn mond rollen. Tot overmaat van ramp was alles wat ik deed tegelijk klaar: het brood en de was en de tafel moest worden gedekt want Zoon kwam er aan. De was die ik ging ophangen bleek vol te zitten met restanten papieren zakdoekjes dus de grond lag vol (ik noem hier geen namen maar ik was het niet en Zoon is ook niet verkouden dus blijft er maar één over). Dus moest er worden stofgezogen en ging tegelijkertijd de deurbel dus moest ik weer naar beneden om een pak in ontvangst te nemen en zag ik dat ik eigenlijk bezig was met de tafel te dekken. Eenmaal aan tafel gezeten om te lunchen konden we 5 keer richting keuken lopen om wat verweesde spulletjes op te halen die ook in onze mond moesten worden gestopt.  En het sodabread wat ik ging bakken naar het recept van vriendin I.M. (niet te verwarren met de schrijver I.M. want dat is een man en bovendien dood, dus die mailt me geen recept) werd niet een mooie zachte bol, zoals zij het omschreef maar een kledderig massa.

Veel signalen zie ik over het hoofd maar als mijn baksels mislukken dan is het uur U. Dussssss ging ik lekker liggen op de bank, muziekje luisteren en tot rust komen. Misschien moet ik gewoon leren genieten van niet meteen moe zijn in plaats van onmiddelijk de reserve-energie uit te geven. Doseren, niet alleen met geld maar ook met energie.

woensdag 26 oktober 2011

wat stoppen we in onze mond deze week?

Deze week startte een beetje rommelig en er was weinig tijd om na te denken over een weekmenu. We kwamen thuis uit Frankrijk, de groentetas stond er al en Schatje ging meteen boodschappen doen.
Ook startte ik zondag met het candida-dieet. Dit is een dieet waarbij je geen suikers, gist, schimmels (dus geen pindakaas) of kunstmatige toevoegingen nuttigt. Geen varkensvlees, gerafinneerde producten, melk- en melkproducten zoals (vla, gele kaas) worstsoorten, snoep, chocolade. Wel koffie goddank, maximaal 1 kopje per dag. Vriendin I zei gniffelend tegen me: "je hebt net zo lang naar een versie van dit dieet gezocht waarbij  je wèl koffie mag." Inderdaad! Die ene kop koffie koester ik als was het godenvocht.

Waarom dit dieet? Veel ME-patienten knappen hier enorm van op. Net als vele andere lotgenoten heb ik last van voedselallergiën, darmproblemen en hoofdpijn die lijkt op een katergevoel. De oplossing van het Vermoeidheidcentrum om me hiervoor ampullen te geven werkt wel, maar is natuurlijk geen echte oplossing. Ze kunnen me daar niet helpen met het aanpassen van het eetpatroon, ondanks de diëtist die daar werkt. Die controleert alleen of je niet heel onverantwoord eet en stond in mijn geval met zijn mond vol tanden. Ik eet meer dan goed en ik was een hoogst irritante gesprekspartner want ik zei dat niet alle verzadigde vetten slecht zijn en toen viel hij van zijn stoel. Zoiets.

Maar dit geheel terzijde. Het is dus deze week even zoeken en aanpassen maar wie mij een beetje kent weet dat ik opleef met een culinaire uitdaging in het verschiet. Ik ben dus al bezig met een heerlijke belegpasta te ontwikkelen op basis van kokosmelk. Versie 1 staat in de koelkast en behoeft nog wat aanpassing.

Zaterdag: aten wij pompoen-courgettetaart uit de vriezer
Zondag: een schotel met spruiten, wortel en rode linzenpuree met zilvervliesrijst
Maandag: Kerrie paksoi in kokos-saus met kipfilet en zilvervliesrijst
Dinsdag: groentensoep met linzen (recept volgt) en een geitenkaas-tosti
Woensdag: Volkorenpasta met tomaten-gehaktsaus en geroosterde pompoen met salie
Donderdag: kookt Oma, volgens mij iets met spinazie
Vrijdag: stort ik me op de prei (uit de tuin met fomaat bosui) en ga ik van niets iets maken

dinsdag 25 oktober 2011

Alleen met velen

Nee ik heb het niet over de eenzame blogger die aan huis gekluisterd is en via de digitale snelweg toch overal contacten heeft. Ik heb het over een boek "Alleen met velen" dat ik een paar jaar geleden las en dat grote indruk maakte. De laatste tijd plopt dat boek telkens omhoog in mijn gedachten. Wat wij hier nu doen en beschrijven: zuinig leven, niets verspillen, elk dubbeltje omdraaien, is niets anders dan wat vroeger alle zuinige huisvrouwen deden. Wij noemen dat consuminderen, toen heette dat gewoon 'je huishouden bestieren'.

Het is het waargebeurde verhaal van een katholiek meisje Corrie, dat na een armoedige jeugd en opvang in kindertehuizen met haar Jan trouwt en 11 kinderen krijgt. Het boek beschrijft op ontroerende wijze het leven in het Nederland van vlak na de oorlog. Het zijn de verhalen die Corrie aan haar dochter vertelde, die ze niet kon vergeten en ze besloot op te schrijven.  Het verhaalt over de niets ontziende invloed van de kerk, die het krijgen van steeds meer kinderen zeer dwingend voorschreef en over de enorme creativiteit van Corrie die van niets iets maakte. Over haar optimisme dat alleen een enorme deuk oploopt als ze met een zwangere buik in het ijskoude kanaal springt om een buurkind te redden en een miskraam krijgt. Niet de miskraam krijgt haar eronder maar de opmerking van meneer Pastoor dat ze de ziel van een katholieke baby heeft geofferd ten voordele van een buurkind dat niet tot het juist geloof behoorde. Gelukkig weet ze zichzelf na een depressie toch weer bij elkaar te rapen en gaat het leven weer door, met elk jaar een kind erbij en elk jaar weer het gesappel om de winter door te komen.

Ze redt het door continue vooruit te denken: "Door veel improviseren had ze hier en daar zelfs wat geld weten uit te sparen waarvoor ze voor Jan een nette broek hadden kunnen kopen. Er hing een lijstje boven de bedstee van artikelen die nog aangeschaft dienden te worden. Waaronder een paar schoenen voor zichzelf. Het zou wel een tijdje duren eer ze die kon kopen. Maar ze had geduld, dat kwam vanzelf wel in orde. 'Er moet altijd iets te wensen overblijven' zei moe Vught altijd." 

Natuurlijk kun je als beginnend consuminderaar alle bekende vrekkentips  en de boeken van Marieke Henselmans lezen. Maar je kunt ook even naar de bibliotheek gaan en dit boek lenen. Veel van de bekende vrekkentips zijn gewoon de dingen die onze (groot) ouders noodgedwongen toepasten, omdat ze niet beter wisten.

De tijden zijn wel heel anders nu, waar het dagje uit met het hele gezin het hoogtepunt van het jaar was voor Corrie en haar man, is één van mijn redenen om te consuminderen het veilig stellen van de de jaarlijkse vakantie van 2 weken. Het boek plaatst alles weer even goed in perspectief: wat is luxe en wat niet. Wat heb je nu echt nodig? En natuurlijk hebben wij meer verleidingen en prikkels dan toen, maar die waren er vroeger toch ook. Denk eens aan al die mannen die op vrijdag hun loonzakje ontvingen en de vrouwen die dan maar moesten hopen dat het hem lukte om de verleiding van de kroeg te weerstaan.

Mooi boek hoor.

Gerarda Mak.
Alleen met velen. Het verhaal van mijn moeder

zondag 23 oktober 2011

De keuzevrijheid van Sylvia Witteman

Toen ik gisteren thuiskwam van onze vakantie in  Frankrijk (die overigens super was), wachtte er een grote stapel kranten op mij. Daar stortte ik me zo snel mogelijk op, want hoewel ik de Franse taal nauwelijks beheers, begreep zelfs ik uit het gebrabbel van de nieuwslezer dat Kadhafi is gaan hemelen. Na het wereldnieuws te hebben vernomen greep ik naar luchtiger berichten. Het Magazine van De Volkskrant is voor mij altijd het weekendhoogtepunt : lekker uitslapen, koffie zetten en vlug  terug in bed met de krant. Dat het inmiddels avond was omdat wij de hele dag hadden gereisd, maakt nu voor dit verhaal even niet uit.

Eén van mijn favorieten is de column van Sylvia Witteman. Ik lees graag haar om-de-dag-columns-door-de-weeks en haar column in het Zaterdag Magazine. Zij doet me aan mezelf denken, een olifant in de porselein kast die dingen eruit flapt die veel mensen denken maar niet zeggen. De gulzigheid waarmee ze zich door het leven slaat, beschrijft hoe ze een kroket naar binnen werkt, of verslag doet van de verbouwing van haar huis, ik vind het allemaal geweldig om te lezen.

In de column van gisteren besprak ze haar financiële nood: de verbouwing die alle lezers al maanden kunnen volgen, was zodanig uit de klauwen gelopen dat ze bekende voor inspiratie verwoed op bezuinigingssites te grasduinen. En toen noemde ze 'Spaarcentje'. En 'Natuurlijk Zuinig'. En 'Huisvlijt'. Waarna ze op niet te verstane Witteman wijze vertelde over hoe Teunie de eindjes aan elkaar knoopt met zo goed als niets en dat ze zich dan schaamt. "Heel even. En daarna ga ik de stad in, om te kijken waar ik mijn geld aan kan verspillen. Zodra ik het weer heb".

Een heel grappig stukje waarbij ze erin slaagt om zichzelf, Teunie en de consuminderaars op gelijke wijze 'te kak te zetten' zonder dat het venijnig wordt. Nadat ik uitgelachen was, bleef het stukje door mijn hoofd malen. Niet alleen omdat mijn naam werd genoemd (bloos) maar omdat het een heikel punt raakt. Ze kan er niet over uit dat er mensen zijn die vrijwillig van € 1,85 per dag leven, niet "omdat het moet maar omdat het leuk is".  Ze is bereid om te consuminderen als het moet na een verbouwing die meer kost dan gepland, maar schrijft terug te keren naar het verspillen van geld "zodra ik het weer heb".

Achter die woorden zit veel verborgen: de zekerheid van een geregelde bron van inkomsten, van een goede gezondheid, van de verwachting dat het geldgebrek tijdelijk is en het consuminderen dus ook een tijdelijke kwestie is. Beste Sylvia, ikzelf moet de persoon nog tegenkomen die vrijwillig van € 1,85 per dag rondkomt. Natuurlijk zijn er consuminderaars  waarbij de motivatie is dat ze het consumeren om het consumeren zat zijn. Het merendeel consumindert uit noodzaak. Omdat ze ziek worden, een groot gezin hebben en uit logistieke overwegingen kiezen voor thuisblijven, omdat ze om wat voor reden dan ook niet goed meer kunnen meedraaien in de maatschappij maar wel graag biologisch eten willen kopen, om de ramp af te wenden van een beleggingshypotheek en een dalende huizenprijs.

Consuminderen. In veel gevallen komt eerst het moeten en dan het willen. Want het blijkt helemaal niet erg te zijn om na te denken over wat je met het geld doet dat je tot je beschikking hebt. Het is net een spel waarbij je steeds meer de grenzen opschuift om te kijken hoe ver je kunt gaan. Door te consuminderen kunnen wij in ons huis blijven wonen, eten we volledig biologisch en gaan we toch op vakantie. En als ik soms de stad in ga, kijk ik met open mond naar waar ik mijn geld aan zou kunnen verspillen. Alleen ga ik er niet meer van uit dát ik straks weer geld heb.

En het vreemde is dat het me niet uitmaakt. Ik moet tegenwoordig heel diep nadenken als me wordt gevraagd wat ik voor mijn verjaardag wil hebben. Zelfs boeken die ik vroeger bij dozen tegelijk bestelde, haal ik nu net zo makkelijk uit de bibliotheek. Alles is vervangbaar en uiteindelijk heb je maar weinig nodig. En dat voelt heel bevrijdend. Sylvia beschrijft een gevoel dat veel mensen krijgen als je het over consuminderen hebt: namelijk de behoefte om dingen te hebben, te willen en consuminderen staat dan gelijk als iets dat wordt afgepakt. Maar het is net als stoppen met roken: eenmaal afgekickt voelt het als een bevrijding. Want er wordt me niet iets afgepakt, ik heb de behoefte niet meer. Meer blij met minder. En dat is denk ik precies de reden dat Teunie zo jubelend door het leven gaat.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...