zaterdag 25 december 2010

Een 'Kerstverhaal' over alles verliezen, daar sterker uitkomen en consumindermotieven

Laatst had ik een telefoongesprek met Zus. Via de sneeuw, de kinderen, haar bedrijf en de meterstanden kwamen we op mijn favoriete onderwerpen consuminderen en sparen. Zus zit heel anders in elkaar dan ik. Zij kan zaken meer loslaten. Mijn angst voor stijgende rentetarieven wordt niet door haar gedeeld. Ook zij heeft - net als ik en vele anderen- een aflossingsvrije hypotheek gekoppeld aan een belegging en een levensverzekering. Ik strooi graag met feitjes dus ik vertelde dat ik had gelezen dat 55% van dergelijke hypotheken vervelend eindigen omdat het gespaarde eindbedrag vaak niet genoeg is om de schuld af te lossen. “Nou, dat zie je dan wel weer’ zegt ze. Zij kan zich daar niet druk om maken en ik benijd haar. Ik kan dat niet. ‘Het is net of ik papa hoor praten’ zei ze.

Voor wie ons zou kennen, zou weten hoe wonderlijk dat is. Want ik was de rebel in het gezin en ik en mijn vader konden niet altijd goed door 1 deur. En toch lijk ik op hem. Mijn manische gedoe rond geld en sparen, mijn neiging om alles precies te weten en tot op de cent uit te rekenen: ik ben duidelijk een kind van mijn vader. Toch is het meer dan een genenkwestie alleen. Na het gesprek met Zus moest ik denken aan de motieven die ik heb om zo vooruit te denken. Ik wil natuurlijk geld overhouden om het leventje dat we met zijn drietjes gewend waren, door te laten gaan. Dus moeten we bewuster met geld omgaan. Maar er zit meer achter. Ik wil ook geld overhouden om altijd een dak boven mijn hoofd te houden, om voorbereid te zijn. Zus kan met een gerust hart zeggen dat ze later wel merkt of ze het schip in gaat met een hypotheek of niet. Ik kan dat niet. Ik ben al eens alles kwijt geweest en weet hoe dat voelt.

Jaren geleden raakte ik op één dag mijn huis en mijn werk kwijt. Dat was niet zo vreemd aangezien ik boven mijn werk woonde en het huis van mijn baas huurde. Toen het misliep, ging het ook goed mis. Hoewel ik zeker geen heilig boontje ben geweest en dit een periode in mijn leven is waar ik niet trots op ben, raakte ik alles kwijt en mijn baas niet. Ik stond op straat en had van de ene op de andere dag geen inkomen. Ook was ik overspannen en fysiek op, werken was op dat moment dus geen optie. Maanden lang werd ik van het kastje naar de muur gestuurd door de Sociale Dienst en het Gak. Het Gak wou mij geen uitkering geven want het ontslag was nog niet geaccepteerd. De Sociale Dienst leefde met me mee maar kon ook niets met me want op papier was ik nog in loondienst. Dat mijn baas me niet meer betaalde, kon ik wel bewijzen maar zorgde er helaas niet voor niet dat er een uitzondering werd gemaakt voor mij. Tussenkomst van een advocaat van de vakbond en later van een advocaat via rechtsbijstand leverde ook geen geld op.  Dat kreeg ik pas toen ik persoonlijk naar het Gak ging en iemand over de balie heb getrokken en net zo lang heb gegild totdat de persoon aan de andere kant inzag dat ik wanhopig was en echt aan de grond zat. Heel hard gillen werkt dus beter dan iets netjes proberen op te lossen, helaas.

Gelukkig waren er hulptroepen. Toen ik bij mijn vriendin aan de deur stond met 2 katten onder mijn arm, nam ze mij blijmoedig op en vroeg geen huur. In ruil daarvoor kookte en sopte ik wat in haar huis. Mijn ouders stopten mij af en toe iets toe zodat ik op zijn tijd ook eens het eten kon betalen. Daarnaast stonden Zus en veel van mijn vrienden klaar met steun en praktische hulp. Ze waren inmiddels wel wat van mij gewend dus ook dit werd weer opgevangen.

Toen deze hel losbarstte bezat ik alleen het geld in mijn portemonnee. Op de bank stond niets, sterker nog, ik stond altijd rood aan het eind van de maand. Lekker zorgeloos, wie dan leeft die dan zorgt. Natuurlijk liep dit verhaal goed af anders zou ik er niet over bloggen: ik kreeg uiteindelijk toch een voorschot van het Gak, tegen de nare baas spande ik een rechtszaak aan die ik won, ik kreeg wat centjes mee en daarmee kon ik mijn vriendin en ouders afbetalen en toen had ik ook nog wat over om mijn nieuw gevonden huurhuisje in te richten. Toen ik was uitgehuild, gaf ik mezelf een grote schop onder de kont en vond snel weer een baan. Vlak daarna leerde ik Schatje kennen en kon het grote geluk beginnen.

Wat doet dit met een mens? Heel veel. Ik kan niet meer ‘wel zien wat de toekomst brengt’. Ik ben al eens alles kwijt geweest en was nergens op voorbereid. Ik had geen buffer waarmee ik het op zijn minst een jaar zou kunnen volhouden, de inhoud van mijn portemonnee was hoogstens voldoende voor een lekker broodje in mijn stamkroeg. Ik heb van deze periode geleerd dat een situatie heel snel heel negatief kan omslaan. Niet iedereen heeft een vangnet van vrienden en familie en komt in dezelfde situatie misschien onder een brug terecht bij andere daklozen.

Nu, jaren later, héb ik een mooie buffer maar ben ik door ziekte niet meer in staat om te werken. Ik voel me kwetsbaar en ook verantwoordelijk. Ik ben niet meer de onverantwoordelijke vrijgezel die van dag tot dag leeft maar een moeder van een 8 jarige die misschien ooit wil studeren. Niet meer kunnen werken levert emoties op: schuldgevoel, woede, verdriet. Ik wil kunnen zorgen voor mijn gezin maar kan dit niet meer doen door geld in het laatje te brengen. Wat ik wel kan is consuminderen en dus geld uitsparen, me laten informeren over alle mogelijkheden die er zijn om te sparen. En dus sparen we, zoveel mogelijk.

Nu ben ik voorbereid. Laat maar komen die shit. Ik ben een kind van mijn vader.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...